Bedankt voor uw keuze om uw auto te laten voorzien van een geavanceerd Prins LPG Dual-Fuel LD systeem. Dit systeem voldoet aan strenge wettelijke eisen met betrekking tot veiligheid en milieu.
Wij adviseren u, alvorens u gaat rijden op Dual-Fuel, deze servicepagina goed door te nemen. Het maakt u vertrouwd met de voor u noodzakelijke wetenswaardigheden over uw Prins systeem.
Op deze servicepagina kunt u nalezen hoe om te gaan met uw autogassysteem. Daarnaast wordt u attent gemaakt op belangrijke adressen die u kunt raadplegen in geval van vragen of problemen.
Wij wensen u veel rijplezier.
Algemene tips bij het rijden op LPG Dual-Fuel
1. Primaire brandstof: Diesel blijft de primaire brandstofbron van de motor.
LPG wordt onder specifieke motorbelasting- en snelheidsomstandigheden als aanvulling op diesel gebruikt.
Voorkom leeglopen: Zorg er altijd voor dat er voldoende diesel in de tank zit, aangezien er tijdens het rijden continu diesel wordt verbruikt.
2. Abnormale verbranding:
Als u ongebruikelijke motorgeluiden hoort, schakel dan onmiddellijk terug naar diesel door op de brandstofkeuzeschakelaar te drukken.
Als de motor goed loopt en klinkt in de dieselmodus, vervolg uw reis dan in de dieselmodus en ga zo snel mogelijk naar een erkende Prins-dealer. Als het ongebruikelijke geluid aanhoudt, zelfs in de dieselmodus, zet dan de motor uit en bel de pechhulpdienst.
3. Ruikt u een gaslucht in of rond uw auto, schakel dan direct over op Diesel en laat uw auto zo snel mogelijk controleren bij de dichtstbijzijnde LPG-specialist.
4. Voor een gegarandeerde levensduur en probleemloos rijden op LPG, dient u zich aan de voorgeschreven onderhoudsvoorschriften te houden. Wij adviseren om iedere 25.000km of iedere twee jaar een onderhoudscheck te laten uitvoeren bij een officiële Prins LPG-installateur. De items van deze onderhoudscheck vindt u in de tabel beneden op deze pagina.
5. Na installatie van uw Prins systeem, dient u van uw installateur een garantiecertificaat [warranty certificate] te ontvangen. Op dit garantiecertificaat staan alle voertuig- en systeemgegevens vermeld. Uw garantietermijn vangt aan op datum van installatie.
6. Het is algemeen toegestaan om met LPG-auto’s in ondergrondse garages te rijden/parkeren. Alleen in sommige parkeergarages zijn beperkingen door de eigenaar van de parkeergarage opgelegd. De eigenaar van de parkeergarage kan dit doen door middel van signaleringsborden. De garagehouder is vrij om dit op te nemen in het huisregelement en dit dient dan te worden gerespecteerd.
AUTOGAS
Autogas of LPG (Liquified Petroleum Gas) bestaat net als benzine en diesel uit koolwaterstofverbindingen. De hoofdbestanddelen van LPG zijn Propaan en Butaan. Zowel bij de winning van aardolie en aardgas als bij de raffinage van ruwe aardolie komen grote hoeveelheden petroleumgassen vrij. Door deze petroleumgassen te comprimeren wordt het gas vloeibaar en ontstaat LPG. LPG is een schone brandstof in vergelijking met benzine en diesel. Het gebruik van LPG als motorbrandstof draagt dan ook bij aan een betere luchtkwaliteit. LPG is een reukloos gas waaraan een reukstof is toegevoegd waardoor een eventuele lekkage goed opgemerkt kan worden.
De brandstofkeuzeschakelaar is op het dashboard of op het middenconsole geplaatst. Met de brandstofkeuzeschakelaar kunt u het Dual-Fuel systeem bedienen.
De AFC computer is gemonteerd in de motorruimte. Deze computer is het hart van de LPG-installatie. De AFC zorgt voor de verwerking van alle inkomende signalen en de aansturing van alle actuatoren.
Het LPG-systeem is apart gezekerd en heeft een diagnose connector voor het uitlezen van het systeem.
eVP-500 verdamper
De elektronisch aangestuurde eVP-500 verdamper is gemonteerd in de motorruimte. De eVP-500 zorgt er voor dat het vloeibaar gas uit de tank wordt verdampt. Tevens regelt het de druk af op variabele werkdruk.
Temperatuursensor
De temperatuursensor is geplaatst in de verdamper en meet de temperatuur van koelvloeistof in de verdamper. Aan de hand van deze temperatuur wordt onder andere het inschakel-moment bepaald.
Actuator + filter
Dit onderdeel heeft 3 verschillende functies:
1) Het regelt de dynamische LPG druk in het systeem elektronisch af.
2) Het sluit de toevoer van LPG automatisch af bij het terugschakelen naar diesel-bedrijf, stopzetten/afslaan van de motor en in geval van een storing.
3) Gelijktijdig wordt het LPG gefilterd.
Filter unit
De filter unit is geplaatst tussen de verdamper en de injector rail. De filter unit filtert het droog gas en beschermt zo de injectoren tegen vervuiling.
Gecombineerde druk/temperatuursensor
De gecombineerde druk/temperatuursensor is in de filter unit opgenomen. Deze sensor meet de druk en de temperatuur van het gas.
De injector rail wordt zo dicht mogelijk bij het inlaatspruitstuk gemonteerd. In de injector rail zitten de injectoren die het dampvormige gas injecteren.
LPG-tank
De autogastank kan in de laadruimte of onder de auto worden geplaatst. In de autogastank wordt het LPG onder druk, vloeibaar opgeslagen. De autogastank is voorzien van een appendagekast waarin diverse veiligheidsappendages zijn aangebracht.
Tankafsluiter
Er is een afsluiter gemonteerd op de tank. Bij het terugschakelen naar diesel-bedrijf, stopzetten/afslaan van de motor en storing wordt de toevoer van LPG automatisch afgesloten.
Tankzender
De tankzender is gemonteerd in de LPG tank. De tankzender is een elektrische opnemer die het vloeistofniveau in de tank registreert.
80% vuller
De tank is voorzien van een vulveiligheid, die ervoor zorgt dat maar 80% van de tank gevuld kan worden.
Overdrukventiel
De tank is voorzien van een overdrukventiel (PRV) welke open gaat als de tankdruk te hoog wordt.
De buitenvuller wordt gemonteerd aan de buitenzijde van de auto. De buitenvuller is voorzien van een beschermkap. Deze beschermkap moet tijdens het tanken worden verwijderd. In de buitenvuller zit een terugslagklep die ervoor zorgt dat het LPG na het tanken niet terugstroomt.





