Bedankt voor uw keuze om uw auto te laten voorzien van een geavanceerd Prins DLM (Direct LiquiMax) LPG-systeem. Dit LPG-systeem voldoet aan strenge wettelijke eisen met betrekking tot veiligheid en milieu.
Wij adviseren u, alvorens u gaat rijden op LPG, deze servicepagina goed door te nemen. Het maakt u vertrouwd met de voor u noodzakelijke wetenswaardigheden over uw Prins DLM LPG-systeem.
Op deze servicepagina kunt u nalezen hoe om te gaan met uw autogassysteem. Daarnaast wordt u attent gemaakt op belangrijke adressen die u kunt raadplegen in geval van vragen of problemen.
Wij wensen u veel rijplezier.
Ga direct naar: algemene tips, het Prins DLM LPG-systeem of scroll naar beneden voor informatie over de brandstofkeuzeschakelaar, LPG tanken, het brandstofverbruik, de veiligheidsaspecten, het onderhoud, storingen en algemene richtlijnen.
Algemene tips bij het rijden op LPG (autogas)
1. Het Prins DLM LPG-systeem start direct op LPG. Wanneer de LPG tank leeg is schakelt het systeem automatisch over naar benzine. Nadat de LPG tank voor minimaal 40% gevuld is wordt er automatisch teruggeschakeld naar LPG.
2. Voor een gegarandeerde levensduur en probleemloos rijden op LPG dient u zich aan de voorgeschreven onderhoudsvoorschriften te houden. Wij adviseren om iedere 25.000km of iedere twee jaar een onderhoudscheck te laten uitvoeren bij een officiële Prins LPG-installateur. De items van deze onderhoudscheck vindt u in de tabel beneden op deze pagina.
3. Ruikt u een gaslucht in of rond uw auto, schakel dan direct over op benzine en laat uw auto zo snel mogelijk controleren bij de dichtstbijzijnde LPG-specialist.
4. Na installatie van uw Prins systeem, dient u van uw installateur een garantiecertificaat [warranty certificate] te ontvangen. Op dit garantiecertificaat staan alle voertuig- en systeemgegevens vermeld. Uw garantietermijn vangt aan op datum van installatie.
5. Het is algemeen toegestaan om met LPG-auto’s in ondergrondse garages te rijden/parkeren. Alleen in sommige parkeergarages zijn beperkingen door de eigenaar van de parkeergarage opgelegd. De eigenaar van de parkeergarage kan dit doen door middel van signaleringsborden. De garagehouder is vrij om dit op te nemen in het huisregelement en dit dient dan te worden gerespecteerd.
6. Om te voorkomen dat de benzine te oud wordt is het verstandig om af en toe ook op benzine te rijden. Prins adviseert om minstens twee keer per jaar de benzinetank (bijna) leeg te rijden en weer te vullen voor minimaal 25%. Als het benzineniveau te laag is veroudert de benzine sneller en is er een grotere kans dat de benzinepomp droogloopt en uiteindelijk kapot gaat.
AUTOGAS
Autogas of LPG (Liquified Petroleum Gas) bestaat net als benzine en diesel uit koolwaterstofverbindingen. De hoofdbestanddelen van LPG zijn Propaan en Butaan. Zowel bij de winning van aardolie en aardgas als bij de raffinage van ruwe aardolie komen grote hoeveelheden petroleumgassen vrij. Door deze petroleumgassen te comprimeren wordt het gas vloeibaar en ontstaat LPG. LPG is een schone brandstof in vergelijking met benzine en diesel. Het gebruik van LPG als motorbrandstof draagt dan ook bij aan een betere luchtkwaliteit. LPG is een reukloos gas waaraan een reukstof is toegevoegd waardoor een eventuele lekkage goed opgemerkt kan worden.
Het Prins DLM LPG-systeem
Het Prins Direct LiquiMax LPG systeem is ontwikkeld voor motoren met directe benzine injectie. Direct injectie betekent dat de brandstof onder hoge druk rechtstreeks in de cilinder wordt geïnjecteerd in plaats van voor de inlaatklep. Het Prins Direct LiquiMax LPG systeem maakt gebruik van de originele hogedruk brandstofpomp en injectoren die het vloeibare LPG onder hoge druk in de cilinder injecteren.
Directe injectie maakt een meer precieze injectie van de brandstof mogelijk en leidt daardoor tot een hogere motorefficiëntie en een tot wel 15% lagere CO2 uitstoot en zelfs 98% lagere fijnstof uitstoot. Het Prins Direct LiquiMax injectiesysteem is gelijkwaardig aan de originele benzine hogedruk technologie en maakt optimaal gebruik van de elektronica die al in het voertuig aanwezig is. Met het Prins Direct LiquiMax systeem ervaart u geen verschil tussen het rijden op LPG of benzine.

LPG tank met Fuelmodule
De LPG tank is meestal geplaatst op de plek van het reservewiel, in de kofferruimte of onder de auto. Het vloeibare LPG wordt onder druk opgeslagen in de tank. De tank is uitgerust met verschillende veiligheidsappendages en een elektrische pomp die samen de Fuelmodule vormen. De Fuelmodule zorgt er voor dat het vloeibare LPG circuleert en wordt getransporteerd naar de hoge druk pomp op de motor. Ongebruikte brandstof wordt via een retourleiding weer teruggevoerd naar de tank.
Tankafsluiter
De LPG tankafsluiter is op de tank gemonteerd. Het is een elektrische veiligheidsvoorziening die aangestuurd wordt door de computer (AFC). De tankafsluiter sluit de LPG toevoer naar de motor af bij het omschakelen naar benzine of indien er een kritische systeemfout gedetecteerd is.
Vuller
Het vulpunt is geplaatst aan de buitenkant van de auto of dichtbij het originele benzinevulpunt en is voorzien van een
verwijderbaar beschermkapje. Dit beschermkapje moet verwijderd worden voorafgaand aan het tanken. In de vuller zit een terugslagklep die er voor zorgt dat het LPG na het tanken niet terugstroomt.
De Prins AFC-2.x computer wordt gemonteerd in de motorruimte. Deze computer is het elektronische brein van het Prins Direct LiquiMax systeem. De hoofdfuncties zijn:
• Veiligheidscontrole
• Diagnose
• Brandstoftoevoercontrole
• Mengselvorming
De brandstofkeuzeschakelaar is op het dashboard of op het middenconsole geplaatst. Met de brandstofkeuzeschakelaar kunt u het Direct LiquiMax systeem bedienen. De schakelaar kan gebruikt worden om te schakelen tussen beide brandstoffen, maar ook om de systeemstatus uit te lezen, het brandstofniveau te controleren of de diagnostische status van het systeem te zien.
De brandstofmanagement unit is geplaatst in het motorcompartiment en zorgt dat tijdens het rijden op LPG een brandstofretour terug naar de LPG tank mogelijk is. Daarnaast maakt de FMU het mogelijk om te wisselen tussen de brandstoffen LPG en benzine. In de FMU is een vervangingsfilter opgenomen die tijdens systeemservice vervangen dient te worden.
De hogedrukpomp van de auto wordt gebruikt om het vloeibaar LPG te injecteren richting de benzine injectoren.
De boostpomp is ‘in lijn’ met de benzine brandstofleiding geplaatst. De boostpomp verhoogt de benzinedruk tijdens het
overschakelen en zorgt ervoor dat het LPG onder alle omstandigheden vloeibaar blijft en er probleemloos omgeschakeld kan worden.