“Geen idee dat autogas (LPG) zo’n positieve bijdrage kan leveren aan Milieu en Klimaat”


Prins behaalt tot 15% minder CO2-uitstoot en tot wel 95% minder fijnstof met nieuwste autogassysteem.

5 december 2013 - “Geen idee” had Remco Dijkstra, (lid van de Tweede Kamer, VVD) toen hij het verhaal hoorde over de recente innovaties in LPG-systemen bij Prins Autogassystemen te Eindhoven. Tijdens zijn werkbezoek maandag 2 december jl. waarbij ook vertegenwoordigers van de Nederlandse en Europese branchevereniging aanwezig waren, kreeg hij een kijkje in de keuken van de specialist op het gebied van alternatieve brandstofsystemen. Prins heeft jaren aan LPG- systemen gewerkt voor de nieuwste generatie Directe Injectie motoren (TFSI, Ecoboost,TCe, etc) en behaalt daarmee uitermate goede resultaten in het verlagen van CO2- en fijnstofuitstoot ten opzichte van rijden op benzine. “Als iedereen met zo’n systeem op LPG gaat rijden, dan zouden de doelstellingen van de overheid om CO2 en fijnstof te verminderen veel sneller en gemakkelijker gehaald kunnen worden”, zegt Dijkstra.

"De systemen voor personenauto’s worden al enkele jaren wereldwijd verkocht, maar door het wisselende beleid van de overheid en het ontbreken van regelgeving voor nieuwe technologie is de Nederlandse markt voor Prins onbetrouwbaar geworden. We leggen de focus meer en meer op het buitenland”, zegt Bart van Aerle CEO van Prins Autogassystemen BV. “Het lijkt alsof de politici en beleidsmakers in Nederland alleen met oude cijfers werken en aan het oude imago vasthouden terwijl wij juist de laatste jaren enorme investeringen en testen hebben gedaan die geweldige resultaten laten zien. Daarom zijn we blij dat de heer Dijkstra een bezoek aan ons heeft gebracht en heeft gezien wat we daadwerkelijk kunnen bijdragen als bedrijf en als branche aan Milieu en Klimaat,” zegt Van Aerle.

“De zeven cent accijns die de regering per 1 januari extra gaat heffen op autogas, is voor ons dan ook onbegrijpelijk als je de voordelen van LPG ziet voor het milieu”, zegt Kees Goudberg, Voorzitter Stichting Autogas Nederland. “De infrastructuur met 1.900 tankstations in Nederland en 35.000 in Europa is op orde." De oude vooroordelen als minder vermogen, motor niet geschikt voor LPG, verlies van kofferruimte zijn achterhaald. Er is heel veel gebeurd op dat vlak de laatste paar jaren. Ook ten aanzien van veiligheid is heel veel verbeterd. Pomphouders en inbouwstations moeten aan allerlei regels voldoen maar ook de systemen zelf moeten volgens regels worden ingebouwd en gekeurd. Veel mensen weten dat niet eens zo blijkt. “Als je de aandacht van de overheid voor LPG bekijkt ten opzichte van andere brandstoffen en met name elektrisch rijden, dan zie je dat het onevenredig is en dat het beleid krom en onlogisch is”.

“Hoe kan het zijn dat de overheid bepaalde technologieën die grote beperkingen en onzekerheden kennen zo enorm positief stimuleert ten opzichte van technologieën die zich al bewezen hebben. Zo gaan waardevolle bedrijven en markten in Nederland kapot. Als je naar Duitsland, Italië en andere landen in de EU kijkt dan gaan die overheden heel anders om met belasting en subsidiëring”, aldus Alexander Stöhr van de Europese branchevereniging AEGPL. “Ze volgen daar een lange termijnbeleid waardoor bedrijven hun investeringen beter kunnen terugverdienen en consumenten vertrouwen houden.” Als Nederlands bedrijf is het moeilijk te zien dat wij en de branche niet gehoord worden door de overheid en dat (EU) subsidies wegvloeien naar landen die onze technologie kopiëren,” aldus Van Aerle.

Naar aanleiding van een interview bij de BNR Nationale Autoshow op 25 oktober jl. ontmoetten Dijkstra en Van Aerle elkaar. De afspraak voor een werkbezoek was zo gemaakt. Dijkstra kwam praten om voor het milieu en klimaat meer positieve resultaten te behalen. Daarnaast kwamen zaken ter sprake die het ondernemen (investeren) voor o.a. Prins moeilijker maken. Dijkstra zegt de problematiek van Prins te begrijpen en wil graag nadere gegevens ontvangen om mee te nemen in de komende debatten in de Tweede Kamer en te delen met collega Kamerleden en beleidsmakers.